Zoeken in dit blog

woensdag 10 november 2010

Tot besluit – over methodiek SIMULATION

Het nemen van goede besluiten wordt steeds belangrijker. Besluiten worden steeds complexer omdat nieuwe stakeholders zich aandienen, omdat reputaties steeds gevoeliger worden en omdat ook (immateriële) consequenties op langere termijn moeten worden overzien. Bovendien zijn er steeds meer kpi’s waarmee het welslagen van een besluit wordt beoordeeld. Het is eigenlijk een wonder dat ik op mijn blogs nog nauwelijks over besluitvorming heb geschreven, ondanks mijn fascinatie voor het vinden van creatieve oplossingen die berusten op duurzaam draagvlak en die ook effectief zijn.

Ik werd uitgenodigd voor een bijeenkomst over een bijzonder instrument voor besluitvorming, genaamd. SIMULATION. Deze naam, waarover ik in mijn advies nog iets te melden heb, doet niets af aan het karakter van deze besluitvormingsmethodiek om creatieve oplossingen te vinden, los van vastgeroeste gewoontes en percepties. Zo heeft deze methode in het bedrijfsleven het meeste kans op succes als de deelnemers een grote mate van ontevredenheid hebben met de bestaande situatie en zich tegelijk verantwoordelijk voelen voor het vinden van een oplossing. Dat is dus omgekeerd aan de veelvoorkomende situatie waarin iedereen elkaar naar de mond praat en een genomen besluit niet wordt uitgevoerd omdat niemand daar belang bij heeft. Bijzonder is bovendien dat SIMULATION een instrument is waarbij je zelf bepaalt naar wie je luistert in een vergadering, terwijl je niet weet naar wie die ander luistert. Pas wanneer je met elkaar technisch op gelijke golflengte bent gekomen, kun je zien of dat inhoudelijk ook het geval is.

In het boek Kracht zonder macht (over 'verticale dialoog') van Cees Hoogendijk staat dat het instrument meestal wordt toegepast door deelnemers die een gemeenschappelijk probleem bespreken. Door een combinatie van gedrevenheid, goede vraagstelling en technische ondersteuning kunnen ze vrijuit praten en steeds zelfstandig bepalen naar wie ze luisteren. Dit geeft een dynamiek waarvan ik me kan voorstellen dat deze heel enerverend kan zijn en ik heb dat ook in de praktijk geproefd.

Advies aan: iedereen die zoekt naar optimalisering van besluitvorming voor zichzelf, voor de werkgever en/of voor klanten
Inzake: methode die techniek en vraagstelling combineert tot een diverse dialoog 
_____________________________________________

Feiten
Het is 21 oktober 2010. De elf deelnemers aan een bijeenkomst over SIMULATION hebben allemaal een kastje met een draaiknop om te bepalen wie van de anderen zij kunnen horen. Onder het tafelblad ligt zeshonderd meter kabel, vertelt Phillipe Mairesse, bedenker van de methode. Hij is van oorsprong technicus, werd kunstenaar en is vandaag de dag daarnaast ook consultant op het gebied van besluitvorming.

De deelnemers kennen elkaar nog niet. Ze hebben dus geen gemeenschappelijk professioneel probleem, wat betekent dat ze vooral in tweetallen praten over een eigen probleem en dan vervolgens wisselen van partner om een volgend aspect te bespreken. Ze kiezen een probleem en beantwoorden voor zichzelf een aantal vragen in een logische volgorde:
  • wat gebeurde er?
  • wie waren erbij betrokken?
  • wat heb ik ervaren?
  • wat is hierover nog niet gezegd?
  • wat zijn de consequenties van de situatie?
  • wat had ik kunnen doen en wat had hij kunnen doen?
  • wat kan ik nu doen?
  • hoe ziet de perfecte situatie eruit?
  • stel dat deze situatie is gerealiseerd, hoe is dat gegaan?
Ik oefen met een probleem dat recent is ontstaan. Een klant die ik voor de gelegenheid George zal noemen is hoofd communicatie. Ik heb een artikel geschreven op basis van research en een interview met hem en nu is hij niet tevreden over de tekst. Ik heb dat te horen gekregen in een e-mail waarin ook stond dat hij vanaf dat moment voor twee weken onbereikbaar is en die tijd is nog niet om. Tot zover de antwoorden op de eerste drie vragen.

Ik zal de andere vragen achtereenvolgens behandelen:
Wat is hierover nog niet gezegd?
  • de tekortkomingen van de tekst
  • de verwachtingen van George: duidelijkheid wat voor hem een goede tekst zou zijn geweest
  • mijn gevoelens bij deze gang van zaken
  • het antwoord op de vraag of hij nog vertrouwen in mij heeft.
Wat zijn de mogelijke consequenties?
  • intrekking van de opdracht
  • korting op de factuur
  • schuldgevoel bij mij plus irritatie en onzekerheid over mijn kwaliteiten.
Wie had wat kunnen doen? (met nadruk werd hier gewezen op het werkwoord kunnen, dus niet moeten)
  • in de hectiek bij de briefing voor deze opdracht had ik beter kunnen opletten. Ik vertrouwde erop dat mijn intuïtie alle ontbrekende informatie zou opvullen, maar mijn intuïtie zei juist dat er iets niet goed zat. Daarnaast had ik beter kunnen plannen zodat er meer ruimte was om bij te sturen
  • hij had zijn verwachtingen explicieter kunnen uitspreken en kunnen checken of ik de briefing begrepen had.
Wat kan ik nu doen?
  • geduldig wachten tot George terug is
  • dan uitleggen wat er aan mijn kant is gebeurd en vooral goed naar hem luisteren
  • uitgaan van empathie, voortzetting van de relatie en assertiviteit
  • beseffen dat geen van beide partijen voor honderd procent gelijk heeft
  • meedenken voor een oplossing om herhaling te voorkomen en daaraan meewerken.
Hoe ziet de perfecte situatie eruit?
  • de zakelijke relatie blijft in stand en leidt tot opdrachten die naar tevredenheid van beiden worden uitgevoerd
  • mijn ideeën en adviezen worden overgenomen
  • hij beveelt mij aan bij andere klanten.
Als die situatie is ontstaan, hoe zou dat verklaard kunnen worden?
  • George is ervan overtuigd dat ik naar vermogen heb gehandeld
  • we nemen onze afspraken nog een keer door en bevestigen deze
  • we houden beter de vinger aan de pols: betere afstemming, meer alertheid op mogelijke fricties en minder haast bij het bespreken van verwachtingen
  • ik behoud het vertrouwen dat ik kan bieden wat George nodig heeft
  • ik heb zelf ook weer het vertrouwen dat ik weet wat hij zoekt.

Een logische vervolgvraag tijdens de sessie zou voor mij zijn geweest om plenair te bespreken wat de deelnemers hebben bereikt en wat ze daarmee willen doen, met de kans om daar nog wat feedback van anderen op te krijgen. Helaas werd die vraag niet gesteld, wel een vraag die leidde tot een analytische benadering van de bruikbaarheid van het instrument. Dat was voor mij een domper omdat de flow van creativiteit en enthousiasme plotseling werd onderbroken. Het doet denken aan een hoogspringer die een aanloop neemt en voelt dat hij een record gaat breken, terwijl op dat moment de coach kritiek geeft op de kleur van zijn schoenen. Ik spreek mijn ongenoegen uit en Mairesse neemt het beleefd voor kennisgeving aan.
 
Analyse
Ik ervaar dat bij mij een stuk meer helderheid is ontstaan over de situatie. Een van de deelnemers waarmee ik in gesprek was, vroeg zich af of mijn interpretatie wel klopt en of de klant werkelijk ontevreden is. Het lijkt er wel op, in elk geval heb ik meer ideeën over mogelijke achtergronden en oplossingen, met als gevolg dat ik meer rust heb. Dat is te danken aan:
  • de zachte manier om het probleem te benaderen. Met zacht bedoel ik niet soft, maar zonder oordeel, met gevoel en verstand in evenwicht
  • een systematiek die je ‘hard’ zou kunnen noemen: een logische opbouw in de vraagstelling
  • de diversiteit aan reacties van verschillende gesprekspartners.

Na afloop vertelt Mairesse mij dat deze methode ook voor nieuwe inzichten heeft gezorgd in een bedrijf waar de profilering van een bepaald product niet werkte. “Er waren zoveel ongeschreven regels in de organisatie dat het beleid niet consistent werd uitgevoerd. Toen dat duidelijk werd kon de marketing worden aangepast met als gevolg dat het product alsnog door de markt werd begrepen. In een ander bedrijf heeft de methode geleid tot het kanaliseren van weerstand, waarna werd uitgesproken dat de instructies voor een productieafdeling niet duidelijk waren. Dat werd verholpen, daarna nam de uitval af en steeg de klanttevredenheid.”

Conclusies met verwachting
Er is naar mijn mening een groeiende noodzaak van instrumenten voor het verhogen van de kwaliteit van besluitvorming. Het gaat dan met name om de elementen die ik noem in het onderdeel Analyse, ik weet niet of deze methode ook een rol kan spelen bij:
  • het waarderen van verschillende alternatieven op hun haalbaarheid, effectiviteit en praktische uitvoerbaarheid
  • het uitwerken van deze waarderingen naar een potentieel besluit
  • het versterken hiervan met nieuwe ideeën
  • het monitoren van de uitvoering van het besluit.
Hoewel SIMULATION op deze laatste punten misschien minder goed scoort, kan het een heel zinvolle bijdrage leveren aan robuuste besluiten.

Interessant is ook dat de methode juist heel goed zou werken bij groepen waar ontevredenheid is met de bestaande situatie en waar tegelijk wel verantwoordelijkheid wordt gevoeld voor het vinden van een oplossing. Dit betekent ook dat managers die zichzelf niet in staat achten weerstand te hanteren en/of die een urgent besluit liever nog even uitstellen (omdat dit hun machtspositie ten goede komt), de medewerkers met een gerust hart aan een sessie kunnen laten deelnemen. Er komt vast iets moois uit dat veel kosten aan dure adviseurs bespaart, zonder dat iemand zijn handen hoeft te branden.

Toekomst met advies
SIMULATION heeft naar mijn indruk een kansrijke toekomst, dat blijkt al uit het onderdeel Conclusies. Ik denk wel dat een paar verbeteringen aanbevelenswaardig zijn.

Ik vind dat de methode een slechte naam heeft, letterlijk. Het is een naam waarvan de betekenis mij volkomen ontgaat omdat ik niet weet wat dit met simuleren te maken heeft. Zo’n naamkeuze zou je als een escapade kunnen beschouwen, die te wijten is aan de artiest in Mairesse. Maar simuleren heeft ook een vrij negatieve bijklank. Iemand die misbruik maakt van de ziektewet is een simulant. En wie met goede bedoelingen aan simulatie doet, is bezig tijd te verspillen, althans in de wereld van managers waar het gaat om prestatie, stress en strategie. Simuleren laten zij over aan wetenschappers die willen weten wat er gebeurt als over twintig jaar een dijk doorbreekt.

Een nieuwe naam is denkbaar op basis van het werkwoord stimuleren (met een t), maar dat woord is al vaak ge- en misbruikt. Misschien is Timula een mooi alternatief. De s denkt iedereen er vanzelf wel bij en er zijn genoeg webdomeinen. Dit onder voorbehoud van de associaties die het woord oproept in de verschillende taalgebieden op de wereld. Omdat er sprake is van een diversiteit aan dialogen, zou ook Multiloog of Polyloog (Multilogue, Polylogue) een mooie naam kunnen zijn.

Andere verbetermogelijkheden:
  • voorzetten van de logica in de opbouw tot aan het moment dat de energie kan worden vastgehouden door de deelnemers als zij uiteen gaan, zodat de kans op het daadwerkelijk uitvoeren van voornemens optimaal is
  • het stellen van regels voor de wijze waarop je met elkaar omgaat. Bijvoorbeeld: (hoe) geef je aan dat je wilt wisselen van partner en hoe praat je daar achteraf over als daar behoefte aan is? Een paar simpele regels geven duidelijkheid over het proces, versterken de creativiteit en scheppen zekerheid over het onderlinge respect
  • zoek naar innovaties die zorgen voor een paar extra faciliteiten. Stel dat ik zonder partner zit in de discussie en ik wil weten of iemand op mij is afgestemd. Hoe doe ik dat? En wat als ik er een derde gesprekspartner bij wil? Misschien zijn er in plaats van een draaiknop op het kastje van de headset ook andere technische middelen voor het opsporen van een vrije partner.

Samenvatting
Het is interessant om SIMULATION mee te maken, ondanks enkele tekortkomingen. Ik heb een aanzet kunnen geven voor het oplossen van een serieus probleem en ik denk dat ook anderen (individuen, organisaties) dit kunnen ervaren. Er is behoefte aan dergelijke instrumenten nu besluitvorming steeds complexer wordt.

Tot slot. Ik op mijn blogs nog weinig over besluitvorming geschreven. De beslissing om dit onderwerp te vermijden is helemaal niet bewust genomen, maar gelukkig was het geen definitief besluit: ik kan het nu veranderen. Zeker als huidige en toekomstige volgers dat op prijs stellen, ga ik het nog eens hebben over sociocratie, over de Afrikaanse traditie van ubuntu, over geweldloosheid en bijvoorbeeld over mijn kameraad Ton Kuik met zijn innovatieve technieken (deels al genoemd in mijn andere blog, Robservaties).

Verdere links

maandag 13 september 2010

Beleving brengt burgers naar de stembus

Wat bepaalt de opkomst bij verkiezingen? Ik heb het geanalyseerd en beantwoord in het concept Waar voor je stem, weergegeven op de webpagina waarvoorjestem.nl.

donderdag 8 juli 2010

OerkrachtToer – hoe de mensheid kan overleven

Dat het milieubeleid tot nu toe heeft gefaald, is volstrekt logisch. We zitten nog volop in de ontkenningsfase. Zo krijgt de oplossing van de financiële crisis topprioriteit van beleidsmakers, ze beseffen nog niet dat de schade van de milieucrisis veel groter is. Alsof geld belangrijker is dan frisse lucht, drinkbaar water en goed voedsel.

Een auto die optrekt met piepende banden. Een advertentie voor telefoonseks. Getoeter van vuvuzela’s bij een doelpunt op het WK voetbal. Allemaal onderdelen van de moderne beschaving en tegelijk uitingen van oergedrag. In dit geval zou ik het interpreteren als behoefte aan: aandacht, nageslacht en macht. Oergedrag kan mooi en leuk zijn, omdat het zo echt, ongecompliceerd is. Tegelijk kan het uitlopen op bezitsdrang of een strijd op leven en dood om een half procent marktaandeel.

We associëren oergedrag met moord, uitbuiting en wetteloosheid ... de oermens deed alles wat de spreekwoordelijke God van vandaag heeft verboden. Maar hij leefde wel in harmonie met de natuur en dat had nog lang door kunnen gaan, als we niet waren voortgeschreden in de richting van ‘de westerse beschaving’. Iets wat volgens Albert Schweitzer trouwens nooit heeft bestaan: “Het zou een heel goed idee zijn ...”

Het lijkt alarmerend dat de mens zichzelf betitelt als beschaafd en tegelijk (als enige soort op aarde) soortgenoten grootschalig doodt. Bovendien vernietigen we allerlei planten- en diersoorten, waarmee ons eigen voorbestaan op het spel komt. De oplossing daarvoor wordt al een jaar of veertig gezocht in chaotische fiscale maatregelen en dure campagnes, die maar niet werken. Een aantal mechanismen in onze samenleving is zo eenzijdig gericht op macht en materie, dat ecologisch wangedrag nog steeds loont. Het wordt tijd dat we deze mechanismen de andere kant op te laten werken, zoals de motoren van een straalvliegtuig het toestel kunnen voortstuwen, tijdens de vlucht, en afremmen, bij de landing.

In dit stuk wil ik aantonen dat de milieubeweging er goed aan doet om slimmer in te spelen op de oerkrachten bij de mens. Deze diep verborgen bron van gedragingen die soms moeilijk verklaarbaar zijn, vraagt dat de boodschap goed wordt ‘gebracht’. Soms kan oergedrag worden getransformeerd van destructief (bezitsdrang) naar constructief, door het overlevingsinstinct te richten op de langere termijn. Vervolgens wil ik met de vaste opbouw voor alle berichten in dit blog, verkennen hoe deze oplossingen praktisch kunnen worden uitgewerkt.

Advies aan: politiek en milieubeweging
Inzake: nieuwe visie op milieubewustzijn vanuit oerkracht
____________________________________________________________
Feiten
Echt ongelijk had Schweitzer niet, als je ziet dat mensen lukraak hun afval achterlaten, van patatbakje tot gifbelt. We zien overgewicht en andere sporen van overconsumptie. We zien ook lieden, onder meer in de top van financiële instellingen, die zich niet schamen voor het maken van exorbitante winsten, terwijl ze een beurskrach riskeren en de schade daarvan op de gemeenschap afwentelen. We zien een fixatie op economische groei, met als gevolg een steeds sterkere aantasting van hulpbronnen, een toename in de vervuiling van lucht, water en bodem. Alsof we Russisch roulette spelen, speculerend op technische ontwikkelingen die in de toekomst als bij toverslag de rotzooi zullen wegpoetsen. Ik sta niet afwijzend tegenover wonderen, maar het vooruitgangsgeloof gaat daarin wat mij betreft te ver.

Wat stelt de milieubeweging daartegenover? Schrikbeelden met afvalbergen, belastingverhoging en een verbod op alles wat God heeft toegestaan. En dan is er nog de kreet dat de mensheid leeft ‘in the age of stupid’, goed bedoeld, maar helpen doet het niet. Want tussen gelijk hebben en gelijk krijgen staan (soms onrechtvaardige of ongeschreven) wetten in de weg en praktische bezwaren, vaak emotioneel en onbewust van aard. Dat de mens voor het overgrote deel onbewuste keuzes maakt (zie onder meer het onderzoek van Harvard) is niet gemakkelijk te accepteren, maar het geeft ook grote mogelijkheden. Ons onbewuste is een krachtig systeem dat enorme hoeveelheden informatie uit onze zintuigen supersnel kan verwerken. En nog belangrijker: het is gericht op overleving, een thema waarmee we bij het milieuvraagstuk te maken hebben.

Dennis Meadows, oprichter van de Club van Rome, was eigenlijk een onheilsprofeet met zijn uitspraak dat de mensheid uit het raam is gesprongen ‘van de zoveelste etage’. Als dit klopt, is er niets meer aan te doen en hoeven we ook niets meer te doen. Dan kunnen we met z’n allen een ‘orgie van de ondergang’ vieren, zoals gebeurde in Berlijn, in de nadagen van WO II. Maar ik wil zelf graag mijn verantwoordelijkheid nemen en kijken wat er nog wel mogelijk is, tot de laatste hap adem. Hebt u dat nou ook, dan hoop ik dat u verder leest.

Het milieuprobleem is niet een probleem van chemische bedrijven die troep fabriceren, de auto-industrie of de luchtvaart. Het is een probleem in de hoofden van mensen omdat we allemaal in zekere mate schadelijke activiteiten uitvoeren, stimuleren of toelaten. De kern van het probleem ligt dus niet in de chemie, de kernfysica of de bedrijfskunde - of we als mensheid overleven hangt af van de vorderingen die we maken in disciplines als sociologie, psychologie, ethiek en communicatie.

Hoe kunnen we als mensheid onze houding veranderen, zodat we in plaats van ‘na ons de zondvloed’, zeggen ‘het klimaatprobleem laten we niet na aan onze kinderen, het blijft van ons’?

Analyse
Het op een rij zetten van mijn gedachten hierover, gebeurt bij lezing van het boek Het oergevoel – over vuur maken, sporen zoeken, sluipen en nog veel meer (auteur: Agnes Meijs). Dat boek vertelt hoe je een oerbeleving creëert voor volwassenen en kinderen. De belangrijkste vraag voor mij, wordt er niet in behandeld: hoe kan het dat we denken te beschikken over een maatschappij vol glorie, vooruitgang en raffinement, terwijl we te maken hebben met een aantal alarmerende verschijnselen? Zoals:
  • de kans dat we onszelf vergiftigen, dat we verhongeren of dat we verdrinken als de zeespiegel gaat stijgen
  • het vergaren van bezit geldt als kanalisering van territoriumdrift
  • het hechten van waarde aan materiële belangen, terwijl het opleggen van macht voor het nastreven hiervan, worden gezien als een uiting van beschaving
  • degenen die daartoe overgaan, propageren in feite het recht van de sterkste, ook wel ‘de wet van de jungle’ geheten. Maar dat is … het omgekeerde van beschaving.

Het komt trouwens in de jungle niet eens voor dat een oerbeest zijn omgeving vernietigt. Dat zou uitlopen op het zelfmoordscenario van Dennis Meadows, niet meer dan een slechte horrorfilm. Ik zie dan liever een natuurfilm waarin leeuwen en antilopes ongestoord drinken aan een poel. Al zit daar wel een randje horror aan: misschien is die poel binnenkort vergiftigd omdat één individu daartoe besluit, met verwijzing naar ‘de opdracht van de aandeelhouders en het belang van de werkgelegenheid’. En met dank aan de vergunning van de overheid.

In het blad re.Public las ik onlangs een interview met consultant Tom Bade die de milieubeweging aanraadt te stoppen met ‘madeliefjes tellen’. Kern van zijn betoog is dat door de fixatie op de ‘geelgerande kletskever’, het bedrijfsleven de kans krijgt ‘kletsverhalen op te hangen’. Om een serieuze factor bij de besluitvorming te zijn moet de natuur volgens hem een economische waardering krijgen. Dat kan een heel goed idee zijn, zoals ook al eerder in Nederland werd bepleit door milieueconoom Roefie Hueting en Nobelprijswinnaar wijlen Jan Tinbergen. Ik heb veel waardering voor de moed van een consultant om een pleidooi te houden dat onder zijn afnemers niet altijd populair is. De financiële schade van het milieuprobleem is natuurlijk enorm, afgezien nog van aspecten die heel moeilijk te begroten zijn. Verder denk ik dat een financiële waardering van het milieu niet genoeg is om de strategie van de milieubeweging succesvol te maken, als het doel daarvan niet ligt in het werven van fondsen voor campagnes, maar in een effectief milieubeleid.

Ik denk dat mensen bij het maken van individuele keuzes gestimuleerd kunnen worden om rekening te houden met het milieu door vertrouwen te scheppen dat hun bijdrage wordt gezien als zinvol, gangbaar en waardevol. Dat wil zeggen dat iedereen die iets doet voor de natuur weet: dat het helpt, dat hij niet de enige is die een inspanning levert en dat de intentie ervan gewaardeerd wordt. En zover is het nog lang niet, door gebrek aan een aantal factoren, zoals:
  • reflectievermogen bij iedereen die het milieubeleid aan het hart gaat (beleidsmatig op macroniveau en individueel op microniveau) of de eigen inspanningen en mogelijkheden tegen elkaar opwegen
  • moed en leiderschap bij machthebbers, zowel bij de overheid en de media als bij het bedrijfsleven
  • vertrouwen en transparantie
  • aandacht voor irrationele behoeftes. Tot nu toe wordt geprobeerd de noodzaak van een goed milieubeleid duidelijk te maken door het geven van informatie, alsof mensen voortdurend bewuste en rationele keuzes maken, wat niet het geval is
  • waardering voor intenties van oergedrag, ook als dat onnodig en schadelijk is, want het was nodig voor het instinct om te overleven in de tijd dat de mens in de evolutie werd gevormd. Zo was fixatie op de korte termijn soms nodig om te overleven: je hebt niets aan overvloed over een week als je bang bent voor die tijd van de honger om te komen.

Moed en leiderschap bij machthebbers is belangrijk omdat zij niet alleen directe invloed hebben, maar ook dienen als boegbeeld van de samenleving, degenen die het voorbeeld geven. Professor Mauk Mulder heeft mij duidelijk gemaakt dat het bezit van macht gepaard gaat met een aparte logica waarin drie gewoontes met name in het oog springen:
  • iedereen die macht heeft wil meer macht
  • hoe groter het verschil in macht tussen twee personen of organisaties hoe sterker de neiging van de machtigste om het verschil nog verder te vergroten
  • het bezit van macht gaat gepaard met ontkenningen (‘ik wil helemaal geen macht’), angst voor verlies van macht en het ontwijken van argumentatie.

Dit schept een voedingsbodem voor machtsmisbruik, maar laten we daarmee niet macht als ongewenst bestempelen. Mulder zelf zegt dat macht heel nuttig is voor alle betrokken partijen, mits op transparante wijze uitgeoefend: met heldere verhoudingen en in open overleg. Dat dit moeilijk en ongebruikelijk is komt ongetwijfeld ook weer door de biologische achtergrond van de mens toen het voor overleven noodzakelijk was om de aanwijzingen van de machthebber snel op te volgen. De neiging tot machtsmisbruik en tot het blind meewerken daaraan, zit dus in ons allemaal. Het is daarom beter die neiging te hanteren, dan deze te veroordelen. Zoals Christus zei ‘waarom ziet gij de splinter in het oog van de ander en niet de balk in uw eigen oog?’.

Conclusies met verwachting
Tot nu toe heeft de milieubeweging altijd geroepen ‘het moet-het moet-het moet’. Maar dat boeit mensen niet, zij willen wat anders weten:
  • kan het ook, is het praktisch haalbaar?
  • heeft het zin dat ik wat doe, wat is het effect?
  • wat verlies ik aan comfort?
  • wat kost het mij extra aan tijd en geld?
  • wat moet ik doen en hoe kom ik aan informatie?

Op deze vragen wordt nog te vaak alleen een rationeel antwoord gegeven, met tv-spots, foldertjes en websites. Wat veel beter zou werken is het creëren van een beleving om te ervaren hoe het is om een stap in de richting te zetten van bijvoorbeeld energiebesparing.

Verder denk ik dat het creëren van transparantie en vertrouwen centraal zou moeten staan. Van daaruit kan de controle op machtsuitoefening versterkt worden, kunnen leiders mandaat krijgen (met verantwoording achteraf) voor het uitoefenen van hun taak en kan er een open uitwisseling komen over behoeftes, intenties en de bijdrage daarvan aan het behoud van de leefomgeving.

Ik hoop dat degenen die bekend zijn met de noodzaak hiervan, erin slagen om het milieubesef meer tot het onbewuste van de mens te laten doordringen, waar gewoontes heersen en waar gedrag wordt gevormd vanuit emoties. Lukt dat niet, dan zal het tempo waarin bodem, water en lucht vervuild raken, steeds verder toenemen en wordt de schade die we toebrengen steeds meer onherstelbaar.

Toekomst met advies
We hebben nu vastgesteld aan welke voorwaarden een effectieve communicatie over het milieu moet voldoen, zodat de mensheid gemotiveerd raakt om verantwoordelijkheid te nemen en het voortbestaan van onze soort niet langer in gevaar is. In deze paragraaf wil ik aangeven welke instrumenten denkbaar zijn voor het bereiken van de gewenste gedragsverandering en hoe daarbij ethische afwegingen kunnen worden gemaakt.

Het kweken van vertrouwen betekent het scheppen van keuzevrijheid, betrokkenheid en transparantie (zo heb ik geleerd van Tica Peeman). Transparantie is van belang omdat goodwill voor een krachtig milieubeleid alleen kan worden gewonnen door de lasten eerlijk te verdelen. Meewerken aan een milieumaatregel wordt momenteel vaak gezien als een sociaal offer, een vorm van zelfvernedering, zolang niet zeker is of anderen een vergelijkbare bijdrage leveren. Transparantie betekent daarom dat iedere betrokkene antwoorden heeft op de volgende vragen:
  • wat is het target van de maatregel?
  • welke bijdrage wordt van mij verwacht?
  • wat zijn de diverse bijdragen die anderen leveren?
  • wat staat er voor mij tegenover, wat is het voordeel? Dat kan een materieel en individueel voordeel zijn (bijvoorbeeld subsidie), maar ook iets heel anders, bijvoorbeeld een goed gevoel of een collectief voordeel in de vorm van schone lucht
  • wat gebeurt er als het beleidstarget niet wordt gehaald, komen er dan extra maatregelen?
  • wat gebeurt er bij overschrijding van het target, krijg ik dan bijvoorbeeld geld terug?

Wat de voordelen betreft, die moeten positief geformuleerd zijn, dus niet het uitstellen van een schrikbeeld. In plaats van ‘zo helpt u voorkomen dat diersoort X morgen uit dit gebied verdwijnt’, is een betere boodschap: ‘zo helpt u te zorgen dat diersoort X zich hier langdurig thuis voelt’. Schrikbeelden hebben als positieve functie dat ze mensen wakker maken en een urgentie aangeven, maar ze brengen mensen niet in beweging, laat staan dat ze richting geven aan het gewenste gedrag. Een schrikbeeld helpt alleen als het heel concreet en dichtbij is (van de uitroep ‘brand’ in een bioscoop mag direct resultaat worden verwacht). Zijn de effecten wat verder weg in tijd en ruimte, dan heeft het vooral de functie van een wekker met een kapotte bel. Hij geeft de goede tijd aan, maar is niet geschikt om je uit de droom te helpen.

Daarnaast is het nodig te beseffen dat we ons op het terrein bevinden van gedragsbeïnvloeding. Een delicaat onderwerp, alleen al door het risico van manipulatie. Daar zitten ethische bezwaren aan plus het risico dat onbewust weerstand ontstaat die woekert als een veenbrand en uiteindelijk in manifeste vorm niet meer te bestrijden is. Wat er gebeurt als latente ongenoegens tot uitbarsting komen, bleek bijvoorbeeld tijdens de Fortuynrevolte in 2002

Een diepgeworteld ethisch gevoel zit verankerd in het spreekwoord: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Positief geformuleerd: Wat gij wilt beleven, dat ook uw naaste geven. Als iedereen dat doet ten behoeve van zichzelf, familie, buren, vrienden en collega’s, dan komt de vrede op aarde dichterbij en is er ook geen behoefte aan materiële compensatie van emotioneel gemis.

Inspelen op onbewuste motieven moet gebeuren in een precair evenwicht, het moet niet uitlopen op manipulatie, maar wel gericht op het nemen van bewuste besluiten die in overeenstemming zijn met de eigen normen en waarden. Om deze grens niet te overschrijden lijkt het mij raadzaam om de volgende criteria aan te houden bij het nastreven van gedragsverandering:
  • bespreek de motieven van je boodschap: de feiten die je ziet, de gevolgen ervan en de mogelijke oplossingen. Bijvoorbeeld: duurzame bedrijven hebben een achterstand in de concurrentie ten opzichte van bedrijven die niet duurzaam opereren. Dit is schadelijk voor het milieu en voor de werkgelegenheid (duurzaam werken is vaak iets meer arbeidsintensief), een oplossing kan zijn om duurzame producten onder het lage BTW-tarief te laten vallen
  • vraag andere betrokkenen (individueel of via onderzoek) naar hun visie: de feiten zoals die beleefd worden, de gevolgen, behoeften en oplossingen
  • ga hierover zoveel mogelijk expliciet in dialoog, ook als er tegenstrijdige belangen zijn, en zelfs als je weet dat de gesprekspartner de hakken in het zand heeft gezet
  • ga altijd in op vragen
  • wees authentiek
  • geef het goede voorbeeld door de normen en waarden die je wilt overdragen aantoonbaar zelf na te leven.

Tot slot van de paragraaf advies, nog enkele andere aspecten van ons instinct als bron van gedragsverandering. Instinctief is de mens gericht op overleving: van zichzelf, van het eigen nageslacht en van de soort als geheel. Daarom vergaren we rijkdom: we jagen status na zodat onze kinderen een goede partner kunnen vinden en we willen ze in luxe laten opgroeien, zodat het ze aan niets ontbreekt. Het is juist die eenzijdige drang tot overleven die als een boemerang op ons terugslaat. We moeten leren te beseffen dat in de huidige situatie van schaalvergroting en overbevolking, het najagen van materieel gewin onze overlevingskansen juist beperkt in plaats van vergroot. Inspelend op dat instinct moet de boodschap zijn ‘wil je een goede toekomst voor je kinderen, zorg dan voor een leefbare aarde’.

Een ander fenomeen uit de oertijd wordt gevormd door rituelen. Indertijd werden die gebruikt voor religieuze doelen en voor het markeren van een levensfase. Ik geloof niet dat er nog een heel algemene behoefte is om dit publiekelijk te beleven. Wat betreft levensfasen zijn het verschuiven van bedtijd bij het opgroeien van een kind, de verhoging van het zakgeld en de aankoop van een spelcomputer misschien al rituelen op zich. Een nieuwe gelegenheid voor een ritueel kan zijn om de dankbaarheid van een gemeenschap uit te drukken dat een of meer leden hun verantwoordelijkheid voor de leefomgeving nemen. Zijn er de afgelopen maand weer drie zonnepanelen in de wijk aangelegd? Vergeet dan vooral niet een wijkfeest te organiseren om degenen die daarvoor inspanning hebben geleverd te bedanken: zoals de bewoners van de betreffende huizen en degenen die bij de aanleg hebben meegeholpen, betaald of onbetaald.

Door deze oerbegrippen positief in te zetten, zal meewerken aan een milieumaatregel niet meer worden ervaren als een zwaar offer en een onnodige vorm van zelfvernedering. We bepalen als samenleving dat milieubewust leven geen aantasting betekent van de eigen sociale status, maar juist een verhoging daarvan. De kansen van kinderen om een goede partner te vinden, worden daarmee niet verkleind, maar vergroot.

Om het imago van doemdenkers nog wat verder te ontkrachten, is ook het gebruik van humor denkbaar. Dit kan helpen te bereiken dat ideeën voor milieubehoud wat minder met emoties als angst en woede worden geassocieerd en wat meer met pret. Ook een oergevoel.

Een ingrijpende omwenteling ligt in het verschiet voor de mensheid om te overleven. Een kleine groep pioniers is bezig deze krachttoer in banen te leiden. Wie dit leest, hoort daar waarschijnlijk al bij. Vergeleken met het proces dat de mensheid moet doormaken is de koerswijziging die ik bepleit voor de milieubeweging niet meer dan een peulenschil. Of misschien wel een bananenschil, want overal in de samenleving dreigen veranderingsprocessen nogal eens te mislukken, ondanks dure consultants, grote campagnes en een hoge urgentie.

Tegelijk is het een mooie uitdaging om de mensheid voor te gaan in een veranderingsproces en te zeggen ‘ik zal me voortaan onthouden van vermaningen en scoren op de korte termijn’. Ik hoop dat iedereen met milieubesef daar de voordelen van inziet, en voortaan het menselijk gedrag met mildheid beziet. Inclusief het eigen gedrag … je bent ook maar een mens. Dat is een mooie, geruststellende oerbeleving. Misschien wel een open deur, maar waren er wel deuren in de oertijd?

In een binnenkort te verschijnen nieuw blogbericht De onmacht van daadkracht, zal ik concrete vormen van gedragsverandering belichten, met de effectiviteit daarvan.

Samenvatting
De mensheid gaat maar door met het toebrengen van grote schade aan de leefomgeving, terwijl de gevolgen al tientallen jaren bekend zijn. Het besef is tot nu toe vooral rationeel van aard, het is nog nauwelijks geland in het onbewuste, nog onvoldoende vertaald naar emoties en dus ook niet naar concreet gedrag. Dat is niet verwonderlijk omdat dit gedrag kan worden geassocieerd met zelfvernedering, een keuze die op basis van de oeroude behoefte aan respect niet door veel mensen wordt gemaakt.

Dergelijke behoeftes zijn authentiek, logisch en dus legitiem, vooral omdat ze noodzakelijk waren om te overleven in de oertijd. Door begrip te hebben voor de oorspronkelijke intenties van gedrag dat schade toebrengt aan de leefomgeving, kan een herbezinning op gang komen met ruimte voor nieuwe keuzes in een positieve richting. Zo kan bijvoorbeeld overlevingsdrift leiden tot vervuiling en overconsumptie, terwijl het met iets meer aandacht voor de langere termijn heel constructief kan werken. Dit verandert niets aan de ernst van de situatie maar wel aan de bereidheid van mensen om de consequenties onder ogen te zien en keuzes te maken voor een gepaste verandering van gedrag, in het belang van zichzelf en hun nageslacht.

Wie een leefbare aarde voorstaat en de mensheid een kans wil geven om te overleven, doet er goed aan dit onder ogen te zien. De neiging tot het scheppen van schrikbeelden is heel begrijpelijk, het effect is echter averechts. Wees dus mild en empathisch voor degenen die u oproept tot gedragsverandering.

__
Uw commentaar is uiteraard welkom in het veld hieronder. Hartelijk dank.
Om te downloaden:

Verdere links:
Naast Het oergevoel is er nog een boek over dit onderwerp: Oerkracht van Els Kikke. Daarnaast heeft ook Agnes van den Berg veel onderzoek gedaan naar natuurbeleving, onder meer over de savanne als oerbeeld van de omgeving.
Oerprincipes voor corporate (imagogerichte) communicatie heb ik niet op internet gevonden. Wel worden bij marketing (verkoopgerichte communicatie) zogenaamde ‘tribale principes’ gehanteerd, gebaseerd op de stammensamenleving waarin de mens ooit leefde. Hierbij gaat het niet primair om oerinstincten maar alleen om het creëren van een merkgevoel door interactie binnen kleine gemeenschappen. Zie bijvoorbeeld:
Webpagina's over gedragsverandering (voor behoud van de natuur):
Een verkort url voor het blogstuk op deze webpagina: http://bit.ly/OerkrachtToer . 

      donderdag 10 juni 2010

      De twee gemiste kansen van Cohen


      Bij de verkiezingen van gister werd de VVD de grootste partij. Fijn voor Mark, jammer voor Job. Volgens Jack de Vries heeft Rutte zijn concurrent nog bijna op het schild gehesen, maar ook Cohen heeft fouten gemaakt.

      Ik wil het hier niet hebben over zijn gehakkel of de overhoringen op tv over de prijs van een pak melk. Die zijn door Cohen allang gerevancheerd met flitsende optredens in latere debatten. Ik wil het ook niet hebben over de uitstraling die hij halverwege de campagne had van 'waar ben ik aan begonnen'. Dat is vergeven en vergeten. Het gaat nu over twee ogenschijnlijk kleine omissies in de dagen vlak voor de verkiezingen.

      Advies aan: PvdA-top
      Inzake: strategie en alertheid tijdens campagne
      ____________________________________________________
      Feiten
      Gister koos Nederland een nieuwe Tweede Kamer. Het verschil in aantal stemmen tussen PvdA en VVD is zo klein dat het interessant is om eventuele gemiste kansen te inventariseren. Ik zie er twee. Vlak voor de verkiezingen deed Mark Rutte deze opvallende uitspraken
      • 'de formatie moet klaar zijn vóór 1 juli'
      • 'regeren met de PVV is bij nader inzien onmogelijk'

      Ik neem ze hier beide onder de loep.

      Analyse
      Er was wat gestuntel tijdens de PvdA-campagne, maar de partij staat er toch heel wat beter voor dan vroeger. Beschuldigingen van 'gedraai' werden met veel meer succes gepareerd dan in 2006 en er wordt ook niet meer meewarig gekeken naar wie zegt te sympathiseren met de PvdA. Vier jaar geleden was de herinnering aan het tijdperk van Kok en Melkert nog te vers, in die tijd was het imago juist tegenstrijdig aan draaierig. De PvdA stond bekend als een club waar feiten ondergeschikt zijn aan een ongeschreven ideologie, die bijvoorbeeld bepaalde dat je standpunt klopt als je ooit gediscrimineerd was, ook al had dat niets met het onderwerp te maken.

      De uitspraak van Rutte over het afronden van de formatie voor 1 juli werd door Cohen beaamd en zijn reactie op de koerswijziging over regeren met de PVV is mij niet bekend. Beide reacties waren in elk geval niet spraakmakend, terwijl het wat mij betreft kansen voor open doel waren, die misschien de kansen op een overwinning hadden kunnen keren door over te komen als een leider met passie.

      Rutte deed zijn uitspraak over het afronden van de formatie als een soort verkiezingsbelofte om daarmee de publieke discussie over zijn aanspraken op het premierschap te voeden. Een prachtige manier om door het poneren van een issue aandacht (dus ook stemmen) te trekken. Maar het is een volkomen loze belofte, hij had net zo goed kunnen zeggen 'ik wil dat het mooi weer is als het kabinet met de koningin poseert op de trappen van paleis Huis ten Bosch'.

      Een verkiezingsbelofte wordt gedaan om aan te geven welke politieke agenda je wilt volgen met welk resultaat. Dat resultaat kan betrekking hebben op de inhoud of op het politieke proces, maar het moet natuurlijk wel een issue zijn waarover je zeggenschap hebt en waarover je bij een meningsverschil kunt onderhandelen. Het zou echter absurd zijn om in een tijd van crisis te onderhandelen over de vraag hoelang de formatie mag duren.

      De enige manier waarop Rutte invloed kan uitoefenen op het tempo van de formatie is door veel concessies te doen. Waarom heeft Cohen nagelaten te vragen of hij dat van plan was? Het zou een pijnlijke vraag zijn geweest die op een volstrekt faire manier Rutte in de verdediging had gedrongen. "Meneer Rutte, ik weet een verkiezingsbelofte van u die over precies drie weken wordt verbroken. Wat gaan uw kiezers daarvan zeggen? Hoe groter u wordt, hoe meer u heeft uit te leggen."

      Het openhouden van samenwerking met de PVV is een ander opmerkelijk punt. Al weken was bekend dat de PVV de AOW als breekpunt heeft en dat de partij niet in de Senaat zit. Trouwens, iedereen die realistisch is, weet dat de AOW-leeftijd gaat schuiven. Rutte doet alsof hij plotseling ontdekt dat het onmogelijk is om te regeren met de PVV. In werkelijkheid was hij erop uit om, op het laatste moment, de twijfels weg te nemen bij potentiële VVD-kiezers die gewetensbezwaren hebben tegen samenwerken met de PVV.

      Het zou voor de hand hebben gelegen als Cohen ook deze manoeuvre had aangepakt door te vragen waarom Rutte zo plotseling tot een koerswijziging besloot op basis van informatie die al veel langer bekend was. Een scherpe vraag met een vriendelijke glimlach, kan dan wonderen doen. Dat toont de gedrevenheid die wordt verwacht van een leider, iemand die bereid is voor zijn ideeën en zijn achterban door het vuur te gaan.

      Conclusie met verwachting
      Bij twee uitspraken van Rutte heeft Cohen de kans gehad om deze te ontmaskeren als loze gebaren. Waar Balkenende zichzelf aan het struikelen bracht, zou dit met iets meer alertheid ook zijn gelukt bij Rutte.

      De meest voor de hand liggende manier zou zijn geweest om hem hierop aan te spreken tijdens een tv-debat. De voordelen daarvan zijn:
      • de tijd voor het vinden van uitvluchten is minimaal. Zo komt des te beter naar voren dat het gaat om goedkope en niet te verdedigen uitspraken
      • Cohen zou op deze manier voor een groot publiek duidelijk hebben gemaakt dat hij beschikt over meer diepgang, overzicht en initiatief dan zijn opponent 
      • het zou ook hebben aangetoond dat Cohen doet wat van een leider wordt gevraagd: het stellen van een een politieke agenda op een wijze die tegenstanders in de schaduw zet
      • hoewel Cohen bij het vorderen van de campagne steeds meer in zijn element raakte, zou het mogelijk nog meer focus en vertrouwen hebben gegeven bij zijn deelname aan de tv-debatten.

      De 1.8 miljoen burgers die op 9 juni PvdA hebben gestemd, zouden het gewaardeerd hebben als die partij de grootste was geworden.

      Dat het anders liep is helaas wel verklaarbaar. Ik heb de afgelopen jaren langs drie verschillende kanalen geprobeerd input te leveren voor de strategie van de PvdA. Twee keer kreeg ik te horen 'wat je zegt zou een goed idee zijn, maar het komt er niet van'. En alle drie de keren kreeg ik sterk de indruk dat de top zich heeft omringd met een soort hofhouding die bestaande inzichten, verhoudingen en gewoontes veel belangrijker vindt dan creativiteit bij het grijpen van kansen.

      Als dat zo blijft is er een kans dat de gezapigheid in de PvdA steeds verder oprukt en daarvan zullen andere partijen profiteren, met name de PVV. Op enig moment zal duidelijk worden dat de populariteit daarvan heel weinig te maken heeft met de zogenaamde gevaren van de islam en veel met een bestuurscultuur waarin ruimte is voor daadkracht en 'zeggen wat je denkt'.

      Toekomst met advies
      Job Cohen heeft zijn optredens aan het begin van de campagne openlijk betreurd en ook de daad bij het woord gevoegd. Hij is daarmee de lijsttrekker die het meeste heeft geleerd tijdens die hectische drie maanden, kort na zijn aantreden. Terwijl leren bij de overheid en in de politiek geldt als het toegeven van een fout, is het bij hem blijkbaar geen taboe. Alleen al de bereidheid om openlijk te leren wordt door enorm veel kiezers gewaardeerd, los van de politieke inhoud.

      Maar Cohen is nog niet klaar met leren. PvdA-kiezers mogen hopen dat hij inziet dat met iets meer initiatief hij het stuur van Nederland nog wat steviger in handen had gehad. Nog steeds in een coalitie, maar dan wel als grootste partij. En of het nou komt omdat politiek nog steeds een mannenzaak is ... het gaat helaas niet altijd om argumenten. Het doet er nu eenmaal toe wie de grootste wordt.

      Samenvatting
      Job Cohen heeft veel geleerd tijdens de afgelopen campagne. Dat is lovenswaardig, maar hij heeft twee kansen gemist die doorslaggevend hadden kunnen zijn voor de verkiezingsuitslag. Als hij blijft leren zal dat niet weer gebeuren. Omdat het gedrag van een leider altijd een voorbeeldwerking heeft, zal hij in zijn staat die mentaliteit binnen de sociaal-democratie te verspreiden en de band met grote groepen verloren kiezers te hernieuwen.

      Als dit vooruitzicht de PvdA-top aantrekt, lijkt het mij handig dat zij hier faciliteiten voor scheppen. Bijvoorbeeld door impulsen te geven aan een partijcultuur waarin hiërarchie en ongeschreven wetten ondergeschikt worden gemaakt aan vernieuwing, creativiteit, reflectie en openheid.

      Links
      Voordat dit blog VakVisie ontstond, schreef ik op mijn andere blog stukken over de professionaliteit waarmee de PvdA communiceert. Zie: Openheid in de PvdA en Geert versus Fatima.

      PS
      Dit blogbericht dateert van 10 juni. Op 13 juni kwam een nieuwe peiling uit van Maurice de Hond, waarin de VVD is gedaald en de PvdA is doorgegroeid naar 38 zetels (scroll naar de tabel op pag 2). Ik wist niet dat ik met mijn blog zoveel invloed heb ;-).

      zaterdag 3 april 2010

      Veel geluk met je koekjes


      Noordwijk probeert organisatoren van evenementen te lokken door het uitdelen van gelukskoekjes. Maar enkele kleine stommiteiten verhinderen dat dit gaat lukken.

      Advies aan: Noordwijk en andere gemeentes
      Inzake: het verkrijgen van een positief imago voor evenementen
      __________________________________________________________
      Feiten
      Bij de ingang van de beurs Event 2010 in de Jaarbeurs, krijg ik van een dame een presentje in een goudkleurig cadeaupapiertje. Ze is opvallend uitgedost met netkousen en rosekleurig satijn. Aandacht bij de uitoefening van haar taak ontbreekt, zonder dat ze het erg druk heeft. Ze heeft blijkbaar vandaag niet zoveel zin om vriendelijk te zijn.

      Voor de inhoud van het papiertje heb ik helaas geen tijd, omdat er natuurlijk weer veel te veel voornemens zijn die hier gerealiseerd moeten worden. Tijdens een van mijn gesprekken op deze beurs over het organiseren van evenementen, krijg ik te horen dat het een gelukskoekje zou zijn wat ik heb gekregen. Leuk (daar zitten altijd inspirerende spreuken in), maar ik weet niet meer waar het ding uithangt.

      Pas als ik thuis ben kom ik de koekjesverpakking weer tegen. Het is inderdaad een gelukskoekje. Zoals de meeste bezitters ben ik benieuwd naar de inhoud: welke inspirerende spreuk zou ik dit keer te lezen krijgen?

      Er staat echter alleen dat Noordwijk hofleverancier is van "geluksmomenten". De achterkant toont een soort lotnummer en zegt dat ik zo'n moment kan winnen door stand 7E005 te bezoeken.

      Volgens de beurscatalogus hoort deze stand bij Noordwijk Marketing. De website daarvan toont een mooie strandfoto, maar zegt niets over de prijs die inmiddels is toegekend. Ik kan nu niet meer checken wat ik heb gewonnen. Ik kan niet eens zien of iemand iets heeft gewonnen.

      Analyse
      Het geschenk werd mij overhandigd door een dame die zich blijkbaar niet zo gelukkig voelt, in elk geval in haar werk.

      De geluksboodschap die haar baas voor mij heeft, wordt op het contactmoment dus eigenlijk onderuit gehaald.

      En er wordt nog een kans gemist. Mijn interesse voor de boodschap die Noordwijk Marketing voor mij heeft, valt plotsklaps weg als aan mijn verwachting niet wordt voldaan. Een gelukskoekje hoort een mooie spreuk te bevatten, maar de inhoud van dit exemplaar tracht de geluksbeleving te monopoliseren tot een verblijf in Noordwijk. Uit ervaring weet ik echter dat je ook gelukkig kunt zijn als je elders op vakantie bent of thuis.

      Er wordt hier dus een boodschap afgegeven waarbij de opvattingen en belangen van de afzender prevaleren boven die van mij als ontvanger.

      Conclusie met verwachting
      Nu duidelijk is dat de afzender van deze boodschap zijn eigen belangen hoger aanslaat dan de mijne, lijkt het er veel op dat het werkelijke geluksmoment onstaat bij het bedrijfsleven in Noordwijk, als ik daar (veel) geld uitgeef. Maar dat gaat niet gebeuren omdat ik vooraf al het signaal krijg dat aan mijn verwachtingen niet wordt voldaan.

      Toekomst met advies
      Mochten er mensen zijn die op basis van dit koekje een positief gevoel krijgen, dan heeft Noordwijk Marketing veel geluk gehad.

      Om hier verandering in te brengen zou ik het volgende willen aanbevelen:
      • selecteer voor het overhandigen van gelukskoekjes iemand die de Noordwijkse geluksbeleving enigszins uitstraalt en die bij voorkeur ook uit eigen ervaring kan spreken
      • als je gelukskoekjes wilt laten maken met een lot, gebruik dan in elk geval een beetje fantasie en bedenk een paar mooie spreuken. Humor mag. Een paar voorbeelden: 'binnenkort zult u genieten van een vergezicht', 'luister naar het ruisen van de zee', 'u bent jong genoeg om een zandkasteel te bouwen'
      • mocht het winnende lot zijn voorbehouden aan degenen die zich op de stand hebben gemeld (wat op zich wel logisch is), maak dan in elk geval wel een berichtje voor de eigen homepage. Zo'n nieuwtje is een prachtkans om bezoekers binnen te lokken met een foto. Doorklikken geeft dan een klein berichtje met de naam van de winnaar en diens reactie
      • zo ontstaat bij mij als bezitter van een lot, gelijk ook het vertrouwen dat de prijs is toegekend aan iemand die uit eigen ondervinding zal ervaren wat die Noordwijkse geluksmomenten inhouden
      • iedere sitebezoeker, weet dan dat er in de badplaats doordachte initiatieven worden genomen om  Noordwijk te laten bruisen.
      Samenvatting
      Als je iets op een beurs wil promoten, houd dan rekening met de verwachtingen van je publiek. Grijp kansen om je boodschap uit te stralen, doe dat dus ook non-verbaal op consistente wijze. Zo krijg je mensen van stand naar strand.